De brandweer werd vrijdagochtend 16 juli 2010 gealarmeerd voor een ooievaar in nood op de Kerkdijk in Westbroek.
Bij aankomst van de brandweer was de Dierenambulance al aanwezig maar kon er niet bij, omdat het ooievaarsjong van 2,5 maand op 8 meter hoogte zat. Hij had een draad met landbouwplastic om z’n poot, wat vermoedelijk door de ouders bij het bouwen van het nest was meegenomen en om z’n poot terecht was gekomen.
Omdat de jonge vogel nog niet kon vliegen, was het niet aannemelijk dat de jonge ooievaar dit zelf had gedaan buiten het nest.
De brandweer De Bilt heeft met de autoladder de Dierenambulance geholpen om de ooievaar naar beneden te halen. Hierna zijn de broeders met de ooievaar naar een dierenarts gegaan om hem verder te laten onderzoeken.
Zoals het er nu uitziet zal alles weer goed komen en kan hij terug naar Westbroek om van zijn vrijheid te genieten.
Bron: De Vierklank
Foto’s : Paul van Ommeren en Olav van de Sluijs
Het feest kan beginnen want wij zijn binnen
Zo klinkt het achter in de gele bolide. Twee kleine huiskamertijgers miauwen uit volle borst. Moederloos gevonden en nu op weg naar onderdak. Het lijkt wel of zij dit beseffen maar de realiteit is dat zij snel willen eten. Voor de Majesteit en mij zijn het de eerste kittens dit jaar. De komende maanden gaan we dit tweetal, wij hebben hen Mo en Max gedoopt, groter laten groeien. Heerlijk!
Enkele dagen later. Mo en Max hebben hun zeer ruime doorzonwoning, die is voorzien van een slaapkamer en toilet, betrokken. Er melden zich nog drie kleine rakkers. Ook zij zijn moeder uit het oog verloren. Aangezien er voldoende ruimte is trekken zij bij Mo en Max in. Zonder morren schikt het vijftal zich in hun lot. Geweldig om te zien hoe zij elkaar accepteren. Na een uitbundige maaltijd, de nieuwe lichting moet nog wel even wennen aan de fles, vallen de luiken van de minitijgers dicht. Wij kijken elkaar tevreden aan, stellen vast dat alles goed gaat komen en geven het drietal de namen Mozart, Mick en Mizzy.
Na ruim een week, de rakkers groeien als kool, ontdekken wij hun karakter. Max, ik ben als een blok voor deze bolle rooie vent gevallen, ligt het liefst lui op zijn rug rond te kijken of te slapen. Zijn knuffelgehalte is erg hoog, een kater naar mijn hart dus. Mo is een temperamentvolle tante die zich de kaas niet van het brood laat eten. De kleine meid, een zwarte beauty, weet nu al precies wat en hoe ze het wil. Zij maakt dat in woord en gebaar (lees miauwen en nagels), duidelijk.
Mozart en Mick de twee zwart/witte broers zijn rustige knullen. Als zij trek hebben laten zij zich horen, eten vervolgens met smaak en gaan weer naar bed. Hun ondeugende en tegelijkertijd ontwapenende oogopslag is vertederend. Mizzy hun gevlekte zus heeft, net als Mo meer pit. Ook zij weet wat ze wil. Ja meiden hè….. Ik verdenk de meiden ervan dat zij ’s nachts, overleggen hoe zij zich het beste kunnen gedragen om vooral hun zin te krijgen.
De komende maanden is er genoeg leven in huis. Er zal weer voldoende te beleven zijn. Samen met onze eigen pluizenbollen gaan wij het vijftal voorbereiden op een mooie en gelukkige kattentoekomst. Kortom het feest kan beginnen want zij zijn binnen………
20 mei 2010
Stille hoop
Eindelijk weer dienst bij de dierenambulance, gezellig in de bolide met Gozer. Hij verteltmij dat hij vanochtend al meerdere meldingen gekregen heeft over zes dode ganzen langs een weg in Bilthoven. Vier daarvan zouden links van de weg liggen en twee rechts. Na kort overleg met Boss, aangezien dit eigenlijk niet ons gebied is, rijden wij naar de plek des onheils.
Daar aangekomen stappen we uit de auto en splitsen ons. Gozer gaat naar de twee rechts en ik naar de vier ganzen links. Zodra ik de ganzen zie denk ik bij mijzelf: wat raar, minstens een heeft een gebroken nek. Dan komt Gozer aanlopen en vraagt mij of ze ook allemaal de rechter vleugel gebroken hebben.
Dus onderwerpen we de ganzen aan een nader onderzoek. Snel wordt duidelijk dat ditecht een geval van dierenmishandeling is. Vierganzen hebben een gebroken rechtervleugel en allemaal een gebroken nek. Ik voel de woede in mij opkomen als ik besef dat iemand deze mooie dieren eerst de vleugels heeft gebroken zodat ze niet meer weg konden vliegen... en daarna hun nek.
Na enkele foto’s te hebben gemaakt plaatsen we deze arme dieren in onze auto. EvenBoss gebeld om te overleggen en dan op weg naar het politiebureau om aangifte te doen inzake dierenmishandeling. Als we uiteindelijk in een van de kamers van het politiebureau terecht komen, wordt al snel duidelijk dat de politie er eigenlijk weinig daarmee kan. Een niet duidelijk geformuleerde wetgeving blijkt de misdaders gewoon in de kaart te spelen. Een gevoel van machteloosheid komt in mij op. De kans datde dader wordt gevonden is gelijk aan nul.
Het is moeilijk in woorden uit te drukken wat je voelt als je zoiets verschrikkelijks tegen komt. Vragen als:wat bezielt mensen toch om iets dergelijks te doen;en wanneer beseft iedereen nou eindelijk dat dieren ook respect verdienen. Maar vooral wordt je heel erg boos en verdrietig.
Daarnaast krijg je de stille hoop dat er hopelijk een keer wat aan de wetgeving gedaan wordt. Pas als dat is gebeurd kunnen zulke mensen, die naar mijn idee gewoon ziek zijn in hun hoofd, er niet meer zo makkelijk mee wegkomen. Mogen onze vrienden met de prachtige blauwe ogen in vrede rusten.
2 mei 2010
Jut en Jul
De lente begint steeds meer door te breken. Overal komen de kleine beestjes weer tevoorschijn. De zwanen op de universiteitsweg zitten al weer op hun mooie nest op het fietspad. Het voorjaarsgevoel neemt met de dag toe.
Met het voorjaar zien, zoals gezegd, ook weer een heleboel jonge diertjes het levenslicht. Zij moeten dan groot zien te groeien in de grote wereld waarin zij zijn toegetreden. Meestal gaat de natuur zijn gang wel en komt alles goed. Bij sommige kleintjes werkt moeder natuur niet echt mee en gaat het niet helemaal volgens planning.
De dag van Teetje en mij begon vandaag rustig. Een paar telefoontjes, die zich met wat goedgeplaatst advies vanzelf oplossen. Dan komt er ineens een melding waarbij het gezicht van Teetje helemaal oplicht. Er zijn in Bunnik 5 moederloze “Pielekwakkies” gevonden. Zij lopen over het grasveld vlak langs de snelweg. Dat is een klusje voor ons. Voor ik iets kan zeggen hoor ik naast mij:”We komen eraan mevrouw!”.
Ter plaatse bleek, dat de dames van de BOVAG de kleine rakkers al hadden gevangen. “We hebben er vier gevangen, maar er zwemmen er nog vijf in de sloot en daar kunnen wij niet bij”. Wij pakken ons gereedschap uit de auto en gaan snel op pad. Al snel krijgen we ze in het vizier. Teetje aan de ene kant en ik aan de andere kant van de sloot. Al snel hebben we ze te pakken en lopen met een voldaan gevoel terug naar de auto. De negen kleintjes gaan een mooi leven tegemoet bij de vogelopvang.
We rijden nog niet weg bij de BOVAG, of de volgende melding komt binnen: een zwaan met een vishaak in zijn bek bij het slot in Zeist. We besluiten er maar meteen heen te rijden, de kleintjes zitten toch veilig in de bolide.
Bij de slotvijver aangekomen spotten we de onfortuinlijke zwaan al snel. Zonder al teveel moeite plukken we hem uit het water. Hij blijkt helemaal ingewikkeld te zitten. Na wat gepuzzel hebben we hem eindelijk bevrijdt van zijn boeien, op de haak na. We besluiten om hem naar dokter Guus te brengen om de haak te laten verwijderen en brengen daarna de kleine ongeluksvogeltjes naar hun hotelkamer bij de vogelopvang.
Inmiddels heeft Tee zijn taken overgedragen aan Dopey, als we een nieuwe melding krijgen van kleine gele rakkertjes. Als we ter plaatse komen, worden we van afstand al begroet door een oudere hond van de melder. “Wat ben ik blij dat jullie er zijn. Er zat hier een moeder eend met een nest op de boot. Nu is dat nest uitgekomen en de moeder ging het water in. Alle eendjes op deze twee na gingen erachter aan. Zij kropen overal onder en toen zwom de moeder weg. We hebben haar niet meer terug gezien. We hebben ze maar Jut en Jul genoemd”.
We nemen de kleine gele bolletjes over van de melder en zetten ze snel in de bolide. “jullie krijgen straks een heleboel nieuwe broertjes en zusjes” zeg ik zacht tegen ze voordat we wegrijden. De twee beginnen achterin vrolijk te kwetteren. Ze lijken wel blij met mijn uitspraak, of is dat mijn verbeelding?
28 April 2010
Heen en weer
Dit keer is een gewonde eend, neergestreken op een bouwterrein in een buitenwijk van Utrecht, ons reisdoel. Als wij de straat inrijden zien wij de ongeluksvogel al zitten. Op haar gemak, teruggetrokken in de schaduw, zit zij wat te suffen.
“Makkie Swieber, die is voor ons” stel ik vastberaden vast. De werkelijkheid is, zoals zo vaak, anders. Als Swieber en ik de vogel van verschillende kanten benaderen ruikt zij onraad en komt in beweging. Het lopen gaat haar niet goed af, de rechterpoot is niet in orde, dus opstijgen is haar enige optie. Dat doet zij ook. Met een sierlijke bocht verdwijnt zij uit ons gezichtsveld om even later een moeizame noodlanding te maken op een aangrenzend bouwterrein dat met een hek is afgezet. Geen nood. Ik begeef mij naar de andere zijde van het hek. Swieber ondertussen “bewaakt” het hek aan zijn kant.
Als ik ter plaatse arriveer trekt Duckie een lange neus en stijgt weer op. Zij laat zich niet foppen. In de buurt van Swieber strijkt zij weer neer. Zo gaat dat enkele malen. Al onze pogingen haar te pakken mislukken. Ik heb sterk de indruk dat ik in de maling word genomen door een eend. Haar kwekken als zij wegvliegt klinkt als uitlachen, daar word ik niet vrolijk van. De vogel heeft medische zorg nodig maar heeft hier geen weet van. Wij staken de ongelijke strijd. Ons optreden doet mij denken aan een tafeltennismatch. Snelle bewegingen met het hoofd om de bal, in dit geval de eend, niet uit het oog te verliezen. Uiteindelijk verlaten wij enigszins beschaamd het “slagveld” Als wij vertrekken zit Duckie weer op dezelfde plek als toen wij begonnen met onze reddingspoging. Zij kijkt mij aan en het lijkt of zij naar mij knipoogt. Of het werkelijk zo is of dat de laagstaande zon het beeld vertekend laat ik in het midden.
Was het niet Drs. P die zong “Heen en weer, heen en weer” spookt mij door het hoofd als mijn Captain of the Road de motoren van de gele bolide start en wij onze reis door de stad vervolgen.
10 april 2010
Spinaziebrug
Het is zaterdag 27 maart 10:30 uur wanneer de telefoon gaat. Een bezorgde vrouw belt over een zwaan die een vishaak in zijn bek zou hebben zitten en hij zou veel pijn hebben aan zijn bek. Na wat gegevens te hebben genoteerd kijk ik mijn maatje aan en zeg: ‘’Frisse lucht, eindelijk buitenspelen.” Bij aankomst zien we de zwaan ontevreden dobberen onder de Spinozabrug. Echter, er is een probleem. De makker zit zo’n tien meter van de kant. Ik kijk mijn collega aan en zeg: “Dit wordt zwemmen Shaggie” Al snel komt er eenbehulpzame man aangelopen die vraagt: “Jullie komen voor de zwaan toch?”
“Jazeker meneer, hij heeft een vishaak in zijn bek”. “En visdraad om zijn poot”, merkt de man op. Mooi denk ik bij mezelf, dat maakt het vangen misschien gemakkelijker. Ik pak de kijkdoos uit de auto om de zwaan van dichtbij te bestuderen. En inderdaad, ik zie een visdraad vanaf zijn bek naar zijn achterpoot. De vraag is, hoe krijg ik hem te pakken?
Na verschillende mislukte pogingen de zwaan naar de kant te lokken, zwemt de fraaie vogel, onder de brug door, in de richting van de Kanaalweg. “Dit is onze kans” zeg ik tegen Shaggie en zet het, gewapend met de zwanenhaak, op een lopen naar de overkant van het kanaal. Inmiddels heeft er zich al een handjevol nieuwsgierigen gemeld.
Eenmaal aan de overkant storm ik naar de tweede woonboot waarop de mensen in koor schreeuwen: “Op de vierde boot moet je zijn” Ik spurt weer terug de kade op en ren in sneltreinvaart naar de goede boot.. Zo lenig als ik ben, jawel, klim ik over het hek en maak mijn entree op de goede woonschuit. Op het puntje van de woonboot wacht ik mijn kans af, mijn gereedschap in de aanslag. Ik zie de witte broeder langzaam maar zeker dichterbij komen. Het enige wat ik op dat moment kan bedenken is: als het maar lukt. Als hij de schuit dicht genaderd is sla ik, als Freddy Krueger, de haak om zijn nek en trek de ongeluksvogel half uit het water.
Natuurlijk laat de zwaan zich niet zomaar pakken, maar vast is vast. “Ik laat je niet meer gaan”, fluister ik hem in het oor. Met hulp van een omwonende kan ik de prachtige jongen uit het water halen en op het droge trekken. Massaal wordt er geklapt voor deze snelle actie. Iedereen is opgelucht dat het dier geholpen is. Na de haak en het visdraad te hebben verwijderd geef ik de boze zwaan meteen weer zijn vrijheid terug. Het gevoel dat je hierbij hebt is moeilijk onder woorden te brengen maar maakt de dag helemaal goed.
Ultiem lentegevoel
Vandaag is er definitief een eind gekomen aan de macht van Koning Winter. Hij is, na enkele laatste stuiptrekkingen, onvoorwaardelijk gecapituleerd en heeft zich teruggetrokken. De laatste overblijfselen van zijn bewind zijn door de naderende lente teniet gedaan. Onder het genot van de aangename voorjaarszon wordt de natuur weer gedomineerd door plantsoenen met daarin witte, gele en blauwe krokussen, narcissen en sneeuwklokjes. De bomen schudden de kou van zich af en maken zich op voor hun groene zomerkleed. Koeien, paarden en schapen vermaken zich, na een lange periode van binnenblijven, weer in de wei.
Mijn drie kleine ganzenvriendjes Qwik, Qwek en Qwak, die ik dagelijks, op weg naar huis voorzag van een voedzame maaltijd, maar ook de Gak-brigade bij de Muinck Keizerbrug zijn verdwenen. Zij zijn weer in staat voor zich zelf te zorgen. Bliksem en Cato, de prachtige merrie met haar veulen in De Bilt, begroeten mij weer elke morgen. Het gemis van de dagelijkse gewoonte dit tweetal te aaien over hun fluweelzachte neuzen kan ik weer goedmaken. Heerlijk! Allemaal voortekenen van het naderende voorjaar.
Echter het echte lentegevoel krijg ik in de loop van de middag. Een melding over een moedereend die samen met haar twee koters aan het shoppen is in een zeer drukke winkelstraat in het centrum van Utrecht doet mijn hart sneller kloppen. Ook Swieber wordt er vrolijk van getuige zijn brede glimlach bij het vernemen van de reden van onze komende expeditie.
Eenmaal ter plaatse blijkt dat het jonge gezin zich heeft teruggetrokken en onvindbaar is. Een zoektocht door de straat en enkele tuinen levert geen resultaat op. Zeer teleurgesteld trekken wij ons terug. Een volgende klus leidt ons enigszins af, maarde vraag wat er van het trio is geworden blijft ons bezighouden.
Dan, aan het einde van de middag komt de verlossende melding. “Meneer wij hebben twee eendenkuikens gevangen en in een doos gezet, kunt u ze komen halen?”Door opwinding overmand roep ik “Natuurlijk mevrouw, binnen enkele minuten zij wij bij u.” Als wij kort hierna met de gele bolide de straat “betreden” worden wij door een zeer enthousiast gezin, moeder met twee dochters, opgewacht. Een van de kinderen toont ons twee kleine pielekwakkies. “Dat is Donald en dat is Duck” zegt zij vrolijk, wijzend op het tweetal. Swieber en ik ontfermen ons ieder over zo’n deugniet en stellen de kleine meid gerust met de mededeling dat zij naar de Vogelopvang worden gebracht. Na een laatste aai over de kleine koppies neemt het kind afscheid.
Het in handen hebben van zo’n kleine rakker, in combinatie met hun gepiep, is voor mij het teken dat de lente echt is begonnen. Na telefonisch een gastenverblijf in de Vogelopvang te hebben gereserveerd hebben wij het tweetal daar tot hun grote tevredenheid ondergebracht.
Het pielekwakkiesseizoen, het ultieme lentegevoel, is officieel geopend.
16 maart 2010
Hond in de goot
Dat het werk bij de Dierenambulance niet altijd standaard is, heb ik in de tijd dat ik hier werk al meerdere malen gemerkt. Aparte diersoorten en situaties komen af en toe wel eens voor. Ook vandaag kregen we hier mee te maken.
Het was al de hele dag rustig en we waren net klaar met het voeren van de hongerige reigers. De telefoon gaat en Dopey neemt op met het vertrouwde:”Dierenambulance Utrecht, goedemiddag”. Ik probeer het gesprek een beetje te volgen, maar kan er niet echt wijs uit worden. Als het telefoongesprek is beëindigd, verteld Dopey dat het onze vrienden van de spuitbrigade waren. Ze hebben een hond in de goot en of wij hem kunnen komen ophalen.
Ik laat het een beetje malen in mijn hoofd en probeer er iets bij voor te stellen. Een hond in de goot? Die kan toch zelf wel wegkomen, waarom is daar de brandweer voor nodig? We besluiten een kijkje te gaan nemen, ze bellen niet zomaar voor onze assistentie.
Even later, als we onderweg zijn naar de plaats des onheils, krijgen we weer een melding over de hond. Het hele verhaal wordt ons ineens duidelijk:”Goedemiddag mevrouw, ik heb misschien een hele rare melding. Er zit hier een hond op het dak!”. Ik kijk mijn collega aan en ineens begrijpen we wat de spuitgasten bedoelden met een hond in de goot. Ze bedoelden de dakgoot.
Aangekomen op de afgesproken locatie zien we dat onze vrienden van de spuitbrigade al aanwezig zijn met een hoogwerker. Na een korte kennismaking gaan we snel aan de slag. De viervoeter trekt zich ondertussen weinig aan van alle commotie en zit vanaf zijn uitkijkpost op zijn gemak de omgeving in zich op te nemen. Helaas is er niemand thuis die hem weer naar binnen kan halen.
Als voorzorgsmaatregel moet ik ook een harnas aantrekken, want ik moet mee in de bak om te assisteren om de viervoeter veilig naar beneden te krijgen. Even later is alles gereed en stappen we in het bakje. Na een laatste inspectie gaat het avontuur van start. Na het zorgvuldig manoeuvreren tussen bomen door en het ontwijken van geparkeerde auto’s komen we in de buurt van de troon van ons doel, zo zit hij op het dakje, neerkijkend op alles en iedereen.
Als we in de buurt komen, begint hij het toch een beetje benauwd te krijgen en sluipt langzaam naar de rand van het dak. “Als je nog verder in de buurt kom, spring ik naar beneden” lijkt hij tegen ons te zeggen. Na een paar bemoedigende woorden van mijn kant besluit hij toch dat het niet zo eng is als hij dacht en komt naar ons toe gewandeld. Enigszins gerustgesteld staat hij te kijken naar dat rare bakje dat er nu voor de gevel hangt. Hij vindt het toch wel interessant en probeert een ingang te vinden in het bakje.
Met een soepele beweging doe ik hem een riem om en til hem met behulp van mijn tijdelijke collega snel in het bakje. Tevreden gaat de viervoeter zitten en kijkt me aan. Hij vindt het wel best. Eenmaal beneden zetten we hem in de auto en bedanken de spuitgasten voor de goede samenwerking en wensen hen een goede dienst verder. De avonturier moet helaas naar het asiel. Maar zal daar waarschijnlijk niet lang zitten.
Aan het eind van de middag worden we dan ook gebeld door de eigenaar, die heel blij is dat we haar lieveling van het dak hebben gehaald. “Hij is niet graag alleen en we waren vergeten de zolderdeur dicht te doen. Zodoende is hij dus via het kantelraam naar buiten geglipt”. We zijn benieuwd of we hem nog een keer terug zullen zien in een volgend avontuur.
Februari 2010
Kittie Kat op te grote hoogte
Een toevallige ontmoeting in de tuin tussen de hond des huizes en een onbekende kittie heeft tot gevolg dat de pluizenbol een boom wordt ingejaagd en zich tot op grote hoogte terugtrekt. De vriendelijke stem aan de telefoon met de vraag “Kunt u komen assisteren, het dier zit al twee dagen in de boom” wordt door Bolke beantwoord met een even vriendelijk “Natuurlijk mevrouw, wij komen de poes helpen”
Eenmaal ter plaatse is een blik genoeg. De stevige poes bevindt zich op ongeveer vijftien meter hoogte en kijkt zeer nieuwsgierig op ons neer. Een typisch gevalletje brandweer zoals dat in vakkringen wordt genoemd. Na telefonische overleg verschijnt niet veel later de hoogwerker van de brandweer Zeist. De bemanning bestaat uit Nico en Hans, bekende gezichten als het aankomt op het in veiligheid brengen van katten.
De wagen wordt op z’n plaats gezet waarna Nico in het bakkie langzaam het luchtruim kiest.
Kittie kijkt met grote ogen naar de schijnbewegingen van de spuitgast, maar komt niet van haar plaats. Zij heeft ook wel door dat de kans dat Nico haar te pakken krijgt minimaal is. Zij heeft gelijk.
Inmiddels zijn op de grond voorbereidingen getroffen om de val van Kittie te breken. Samen met mevrouw beller en enkele buurtbewoners wordt het draaiboek doorgenomen. Bolke verdeelt de taken en benadrukt dat als Kittie valt iedereen de deken moet vasthouden en over de kat moet gooien. De aanwezigen knikken begrijpend. Als ook de opgeroepen assistentie van de ladderwagen in actie komt - zes man maar liefst - wordt het Kittie toch wat te heet onder de poten. Langzaam en voorzichtig verplaatst zij zich naar het uiteinde van de tak die haar bescherming biedt tegen het naderend gevaar. Even lijkt het alsof zij haar greep verliest. Bliksemsnel slaat zij haar voorpoten in het hout en blijft hangen.
De reddingswerkers op de grond verplaatsen zich steeds maar heen en weer zoals Dr. P zo mooi ten gehore brengt. Het wordt spannend als de ladderwagenboys de tak in beweging brengen. Kittie dreigt het onderspit te delven maar geeft zich nog niet gewonnen. “De deken stevig vasthouden dames” benadrukt mijn vriendje nogmaals. En dan……Kittie geeft zich gewonnen en valt. Een van de vrouwen laat van schrik los als de kat in de deken valt. Bolke werpt zich voorover in een poging de huiskamertijger te pakken, vergeefs. Plots ligt hij op de knieën voor mij en dat met gekneusde ribben. Ik geniet van het moment. Wie heeft gedacht dat dit ooit zou gebeuren? Ik niet. Hij maakt gelukkig geen verdere avances en staat moeizaam op. Kittie rent de garage in.
De taak van de spuitgasten zit erop. “Veel succes mannen, wij gaan er vandoor” klinkt het en weg zijn zij. Daar staan we dan. Kittie houdt zich schuil in de garage. Als zij een bliksemsnelle uitbraakpoging doet laat buurvrouw Hetty zich met gevaar voor eigen leven op de Kittie Kat vallen en laat niet los. Ondanks de pijn, Kittie gebruikt haar nagels en tanden om haar vrijheid te heroveren kent buurvrouw Hetty geen genade. Als Kittie Kat eenmaal veilig in onze bolide zit wordt de schade opgemaakt. “Ach het valt wel mee” zegt buurvrouw met een lieve glimlach op haar snuit, stapt op haar fiets en verdwijnt uit ons gezichtsveld.
De rust keert terug in de chique wijk van Zeist. Bolke en ik zijn toe aan een warme versnapering want het is bitter koud. Onderweg naar huis herinner ik mijn vriendje nogmaals aan zijn knieval. Zijn blik is veelbetekenend maar hij houdt zijn mond! Het is mijn genoegdoening voor het jatten van mijn lunchbon.